Landgoederen en Buitenplaatsen

In Nederland werden tussen 1600 en 1900 veel "buitenplaatsen" gebouwd, voornamelijk in Holland en Utrecht, die dienden als buitenverblijven voor rijke kooplieden. Vaak waren dat plantage-eigenaren of investeerders met slavernij-gerelateerde belangen. 

Deze buitenplaatsen waren bedoeld om te genieten van luxe, rust en ruimte maar ook om de vieze en ongezonde steden te ontvluchten. In de Nederlandse steden braken tot diep in de negentiende eeuw regelmatig pest- en cholera-epidemieën uit met veel dodelijke slachtoffers. 

In het begin van de zeventiende eeuw had 10 procent van deze rijke bovenlaag van burgers en regenten een buitenplaats, en dit liep op naar liefst 80 procent aan het einde van die eeuw. Het fenomeen ‘buitenplaats’ was overigens niet typisch Nederlands. Het kwam ook elders in Europa voor, maar nergens was dit verschijnsel zo omvangrijk als in de Nederlandse Republiek.

Bij de buitenplaats horen uiteraard tuinen en parken. Huis en omringend groen moesten een harmonische eenheid vormen (het landgoed).

Jan van der Heyden, Gezicht op het landgoed Elswout te Overveen, gezien vanuit het zuidoosten, c. 1660 , olieverf op paneel, Collectie: Frans Hals Museum

Jonas Zeuner, Gezicht op de buitenplaats Soelen,  1775, bladgoud  bladzilver  glas  hout, Collectie: Amsterdam Museum Jonas Zeuner, Gezicht op de buitenplaats Soelen,  1775, bladgoud  bladzilver  glas  hout, Amsterdam Museum

Technische tekening: Voorgevel en plattegrond van de buitenplaats van Jeronimus Rans (Ranst) in de Purmer. Opstal van 't huys anno 1644 door de heer Jeronimus Rans doen bouwen in de Purmer op de Oosterweg een klijn half uur van de stad Edam. Kopergravure door Johannes Vingboons naar ontwerp van Philips Vingboons, 1648, Collectie: Noord-Hollands Archief  Voorgevel en plattegrond van de buitenplaats van Jeronimus Rans (Ranst) in de Purmer. Opstal van 't huys anno 1644 door de heer Jeronimus Rans doen bouwen in de Purmer op de Oosterweg een klijn half uur van de stad Edam. Kopergravure door Johannes Vingboons naar ontwerp van Philips Vingboons, 1648, Noord-Hollands Archief

Adolph  Menzel (1815-1905), Een tuinmuur en een hek van een buitenplaats in Jauer, Silezië, 1844, tekening, Collectie: Teylers Museum Adolph  Menzel (1815-1905), Een tuinmuur en een hek van een buitenplaats in Jauer, SileziĆ«, 1844, tekening, Teylers Museum

Berbice is een buitenplaats met landhuis uit 1669 in Voorschoten, die oorspronkelijk Almansgeest / Allemansgeest heette. Omstreeks 1822 werd dit huis naar de voormalige kolonie genoemd door de toenmalige eigenaar Hendrik Staal, die een fortuin verdiende als advocaat en zaakgelastigde voor de grote suikerplanters van Berbice. In de kolonie Berbice kwamen de slaafgemaakten  in 1763  in opstand onder leiding van Cuffy, Cosala, Accabre, Atta, Akara en Goussari. Bij de herovering van de kolonie op de opstandelingen kwamen meer dan 1800 slaafgemaakten om. Collectie: Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Buitenplaats Berbice, foto Michel Mees, Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
 
Inez van Lamsweerde, Janneque, film Paperhouse, 1990, kleurenfoto 
Een model, gekleed in zwart, poseert in liggende houding op blauwe vloer. Op de achtergrond een deel van het behang van het landgoed Oud-Amelisweerd, Collectie: Centraal Museum 
Inez van Lamsweerde, Janneque, film Paperhouse, 1990, kleurenfoto  Een model, gekleed in zwart, poseert in liggende houding op blauwe vloer. Op de achtergrond een deel van het behang van het landgoed Oud-Amelisweerd, Centraal Museum  
  
Jan Mankes, Woudsterweg bij Oranjewoud, 1912, olieverf op ongeprepareerd linnen, Collectie: Museum Arnhem   Jan Mankes, Woudsterweg bij Oranjewoud, 1912, olieverf op ongeprepareerd linnen, Museum Arnhem